Christfulness en schema's en modi


Datum: In overleg
Tijd: Anderhalf uur, 's avonds of overdag in overleg
Kosten: 230 euro inclusief materiaal
Aantal: 5 bijeenkomsten

Graag wil ik jullie uitnodigen voor de training Christfulness en schema's en modi, die volgt op Christfulness 1. Een training die in overleg zal beginnen op 4 avonden of overdag 4 keer anderhalf uur.

Ik ben bezig geweest met onderzoek naar schema's en modi, valkuilen die onze ouders hebben en die we overnemen door: selectieve identificatie, trauma's of slachtoffering, een teveel van iets krijgen zoals overbescherming, of te weinig.

Een schema is een raamwerk wat je legt over een of meerdere gebeurtenis(sen), of dingen die je niet kunt begrijpen vanuit je jeugd

Bv het schema minderwaardigheid als je ouders gaan scheiden

Het is mijn schuld dat mijn ouders gaan scheiden, ik schiet tekort, als ik maar meer mijn best doe, gaat het lukken.... (schema minderwaardigheid, tekortschieten en extreem hoge eisen)

Dat schema is handig als je jong bent, maar als je ouder wordt, wordt het een blok aan je been en moeilijk te veranderen

We gaan onze eigen schema's en modi opmerken, lezen in een zelfhulpboek en krijgen tips om je schema's en niet funtionele modi aan te pakken en de funtionele modi te versterken

(Gezonde volwassene, blije kind, kwetsbare kind)

Ik heb hieronder wat schema's genoemd en ook modi, gemoedstoestanden die je kunt uiten vanuit het hebben van een schema

Ze zijn met toestemming overgenomen van de website ccgt.nl (Centrum Cognitieve Gedragstherapie)

Als deelnemer leer je in korte tijd wat schema's en modi zijn, je leert ze herkennen en opmerken bij jezelf en bij de ander.

Als je mee wilt doen, wil je dat dan even laten weten?

Dan spreken we een avond af

De kosten zijn 170 euro voor vier avonden, voor begeleiding vooraf en ondertussen en daarna

(aantal testen, telefonische begeleiding)
Met vriendelijke groet
Wolly Touwen

Opgeven

Wilt u zich opgeven? U kunt ons mailen of bellen door naar de contact pagina te gaan.

Schema's

1. Verlating/instabiliteit
De subjectief ervaren instabiliteit of onbetrouwbaarheid van degenen die beschikbaar zijn voor steun en verbondenheid. Houdt het gevoel in dat belangrijke anderen niet in staat zullen zijn emotionele ondersteuning, verbondenheid, kracht of praktische bescherming te blijven geven omdat ze emotioneel instabiel en onvoorspelbaar (bijv. woede-uitbarstingen), onbetrouwbaar of slechts onregelmatig aanwezig zijn, omdat ze zullen doodgaan of omdat ze je in de steek zullen laten voor iemand die beter is.

2. Wantrouwen/misbruik
De verwachting dat anderen je pijn zullen doen, misbruiken, vernederen, bedriegen, beliegen, manipuleren of gebruik van je zullen maken. Houdt gewoonlijk de perceptie in dat pijn/schade opzettelijk wordt toegebracht of het gevolg is van ongerechtvaardigde en extreme verwaarlozing. Kan ook het gevoel inhouden dat anderen je uiteindelijk altijd te slim afzijn en dat je altijd 'aan het kortste eind trekt'.

3. Emotioneel tekort
De verwachting dat anderen onvoldoende tegemoet zullen komen aan je verlangen naar een normale mate van emotionele steun. De voornaamste vormen van emotioneel tekort zijn:
A. gebrek aan koestering : het ontbreken van aandacht, affectie, warmte of gezelschap;
B. gebrek aan empathie : het ontbreken van anderen die begrip tonen, luisteren, zich blootgeven of laten delen in hun gevoelens;
C. gebrek aan bescherming : het ontbreken van anderen die kracht, richting of raad geven.

4. Tekortschieten/schaamte
Het gevoel dat je tekortschiet, slecht, ongewenst, minderwaardig bent of op belangrijke punten zwak bent en dat je voor anderen niet de moeite waard bent om van te houden als je wordt ontmaskerd. Dit kan inhouden: overgevoeligheid voor kritiek, afwijzing en verwijten; je onbehaaglijk en onzeker voelen in gezelschap van anderen en jezelf met hen vergelijken; of een gevoel van schaamte over subjectief ervaren zwakheden. Deze zwakheden kunnen alleen innerlijk (bijv. zelfzuchtigheid, woede-impulsen, onaanvaardbare seksuele verlangens) of ook uiterlijk waarneembaar zijn (bijv. ongewenst uiterlijk, sociale onhandigheid).

5. Sociaal isolement/vervreemding
Het gevoel dat je geïsoleerd bent van de rest van de wereld, anders bent dan andere mensen en/of geen deel uitmaakt van een groep of gemeenschap.

6. Afhankelijkheid/incompetentie
De overtuiging dat je niet in staat bent je dagelijkse verantwoordelijkheden op competente wijze na te komen zonder aanzienlijke hulp van anderen (bijv. voor jezelf zorgen, dagelijkse problemen oplossen, dingen goed beoordelen, nieuwe taken aanpakken, goede beslissingen nemen). Komt vaak over als hulpeloos.

7. Kwetsbaarheid voor ziekte en gevaar
De overdreven angst dat er elk moment een ramp kan gebeuren en dat je die niet zult kunnen voorkomen. Angsten betreffen een of meer van de volgende mogelijkheden: (a) medische rampen (bijv. hartaanval, AIDS), (b) emotionele rampen (bijv. gek worden) of (c) rampen van buitenaf (bijv. neerstortende lift, geweldsmisdrijf, neerstortend vliegtuig, aardbeving).

8. Kluwen/onderontwikkeld zelf
Overmatige emotionele betrokkenheid bij en band met een of meer belangrijke anderen (vaak ouders) ten koste van volledige individuatie of normale sociale ontwikkeling. Houdt vaak de overtuiging in dat minstens een van de personen in het kluwen niet kan overleven of gelukkig kan zijn zonder de voortdurende steun van de ander. Kan ook gevoelens van verstikt worden door of versmelten met anderen of onvoldoende individuele identiteit inhouden. Vaak ervaren als een gevoel van leegte of vastlopen, niet weten welke kant je op moet of in extreme gevallen twijfelen aan je bestaan.

9. Mislukken
De overtuiging dat je in verhouding tot leeftijdgenoten mislukt bent, onvermijdelijk zult mislukken of absoluut onvoldoende presteert (school, carriĆØre, sport, etc.). Houdt vaak de overtuiging in dat je dom, onbeholpen, onwetend bent, geen talent en minder status en succes hebt dan anderen, etc.

10. Veeleisendheid/grootsheid
De overtuiging dat je superieur bent aan anderen, aanspraak kunt maken op speciale rechten en privileges of niet gebonden bent aan de regels van wederkerigheid die normale sociale interacties sturen. Houdt de overtuiging in dat je zou moeten kunnen doen of hebben wat je maar wil, ongeacht wat realistisch is, wat anderen redelijk achten of wat dat anderen kost; of een overdreven gerichtheid op superioriteit een van de meest succesvolle, beroemde of rijke mensen willen zijn) teneinde macht of controle te verwerven (niet primair om aandacht of goedkeuring te krijgen). Behelst soms overmatige concurrentie met of overheersing van anderen, macht laten gelden, eigen standpunt doordrukken of het gedrag van andere bepalen overeenkomstig eigen verlangens, zonder medeleven met of bezorgdheid om de behoeften of gevoelens van anderen.

11. Onvoldoende zelfcontrole/zelfdiscipline
Voortdurend problemen met zelfcontrole en frustratietolerantie en die onvoldoende willen uitoefenen om persoonlijke doelen te bereiken of overmatige uiting van emoties en impulsen te beteugelen. In mildere vorm vertoont de patiƫnt een overdreven nadruk op het vermijden van ongemak: het vermijden van pijn, conflict, confrontaties, verantwoordelijkheid of overmatige inspanning ten koste van persoonlijke vervulling, engagement of integriteit.

12. Onderwerping
Het overmatig afstaan van controle aan anderen omdat je je daartoe gedwongen voelt - zwichten om woede, vergelding of verlating te voorkomen. De twee belangrijkste vormen van onderwerping zijn:
A. onderwerping van behoeften : eigen voorkeuren, beslissingen en verlangens verdringen;
B. onderwerping van emoties : emoties, met name woede, verdringen.
Houdt gewoonlijk de perceptie in dat je eigen verlangens, meningen en gevoelens niet geldig of waardevol zijn voor anderen. Vertoont vaak overmatige meegaandheid, gecombineerd met overdreven vatbaarheid voor het gevoel in een val te zitten. Leidt gewoonlijk tot opkroppen van woede, dat zich uit in onaangepaste symptomen (bijv. passief-agressief gedrag, onbeheerste driftbuien, psychosomatische symptomen, terugtrekken van affectie, uitageren, middelengebruik).

13. Zelfopoffering
Overmatige aandacht voor het uit eigen beweging tegemoetkomen aan de behoeften van anderen in dagelijkse situaties ten koste van eigen behoeftebevrediging. De meest voorkomende redenen zijn: willen voorkomen dat je de ander pijn doet, schuldgevoel omdat je zelfzuchtig bent willen vermijden, relaties met anderen die als behoeftig worden gezien in stand willen houden. Vaak het gevolg van acute gevoeligheid voor de pijn van anderen. Leidt soms tot een gevoel dat je eigen behoeften niet adequaat worden vervuld en tot rancune naar degenen voor wie je zorgt. (Overlapt het concept medeafhankelijkheid).

14. Goedkeuring/erkenning zoeken
Overmatige nadruk op het verwerven van de goedkeuring, erkenning of aandacht van anderen of op aanpassen ten koste van het ontwikkelen van een veilig en waarachtig zelfgevoel. Zelfrespect is primair afhankelijk van de reacties van anderen, niet van aangeboren neigingen. Houdt soms het overdreven benadrukken van status, uiterlijk, sociale acceptatie, geld of prestatie in als middelen om goedkeuring, bewondering of aandacht te krijgen (niet primair omwille van macht of controle). Leidt vaak tot belangrijke levensbeslissingen die onoprecht of onbevredigend zijn of in overgevoeligheid voor afwijzing.

15. Negativisme/pessimisme
Een alles doordringende, levenslange gerichtheid op de negatieve aspecten van het leven (pijn, dood, verlies, teleurstelling, conflict, schuld, wrok, onopgeloste problemen, mogelijke fouten, verraad, dingen die verkeerd zouden kunnen gaan, etc.) terwijl je de positieve of optimistische aspecten bagatelliseert of daaraan voorbijziet. Houdt gewoonlijk een overdreven verwachting in - op een breed gebied van werk, financiële en interpersoonlijke situaties - dat alles uiteindelijk totaal verkeerd afloopt of dat aspecten van het leven waar het goed lijkt te gaan, uiteindelijk ineen zullen storten. Omvat meestal een buitensporige vrees om fouten te maken die zouden kunnen leiden tot financiĆ«le ondergang, verlies, vernedering of beklemd raken in een nare situatie. Omdat eventuele negatieve gevolgen worden overdreven, worden deze mens er vaak gekenmerkt door chronisch piekeren, waakzaamheid, klagen of besluiteloosheid.

16. Emotionele inhibitie
De overmatige inhibitie van spontaan handelen, gevoelen of communicatie, gewoonlijk om afkeuring door anderen, gevoelens van schaamte of het verlies van controle over impulsen te voorkomen. De meest voorkomende gebieden van inhibitie zijn: (a) inhibitie van woede en agressie, (b) inhibitie van positieve impulsen (bijv. plezier, affectie, seksuele opwinding, spel), (c) moeite om kwetsbaarheid te uiten of onbevangen over gevoelens, behoeften, etc. te communiceren of (d) overmatige nadruk op rationaliteit met voorbijgaan aan emoties.

17. Strenge normen/overkritisch zijn
De onderliggende overtuiging dat je ernaar moet streven om aan zeer hoge geĆÆnternaliseerde normen voor gedrag en functioneren te voldoen, gewoonlijk om kritiek te voorkomen. Heeft vaak tot gevolg dat je je onder druk voelt staan of er moeite mee hebt om het kalmer aan te doen en dat je overdreven kritisch bent naar jezelf en anderen. Doet aanzienlijk afbreuk aan genieten, ontspanning, gezondheid, zelfrespect, bevredigende relaties of het gevoel iets bereikt te hebben. Strenge normen komen meestal tot uitdrukking in de vorm van: (a) perfectionisme, ongewone aandacht voor details of onderwaardering voor eigen functioneren ten opzichte van de norm, (b) starre regels en 'geboden' op vele levensgebieden, waaronder irreĆ«el strenge morele, ethische, culturele of religieuze voorschriften of (c) preoccupatie met tijd en efficiëntie, de behoefte om meer tot stand te brengen.

18. Bestraffendheid
De overtuiging dat mensen streng gestraft moeten worden voor hun fouten. Omvat de neiging om boos intolerant, bestraffend en ongeduldig te zijn tegenover mensen (inclusief jezelf) die niet beantwoorden aan je verwachtingen of normen. Houdt gewoonlijk moeite in met het vergeven van fouten van jezelf of anderen, vanwege weerstand om rekening te houden met verzachtende omstandigheden, toe te geven dat mensen niet volmaakt zijn of mee te leven met de gevoelens van anderen.

Modi

1. eenzame kind: Voelt zich als een eenzaam kind dat enkel gewaardeerd wordt in die mate dat ze hun ouders verheerlijken. Omdat er niet voldaan is aan de belangrijkste emotionele behoeften van het kind, ontstaat er een gevoel van leegte en eenzaamheid. Voorbeelden: `Er is niemand die naar me luistert of mij begrijpt`, `Ik voel me vaak alleen op de wereld`.

2. verlaten en misbruikte kind: Voelt de enorme emotionele pijn en verlatingsangst die in direct verband staat met het misbruikverleden. Deze modus wordt uitgelokt door (percepties van) (dreigende) verlating en misbruik. Voorbeelden: `Ik ben bang dat mensen me zullen verlaten of dat ze dood gaan`, `Ik voel me zwak en hulpeloos`.

3. woedende kind: Voelt zich intens kwaad, woedend, razend of ongeduldig omdat niet wordt voldaan aan de basale emotionele (of fysieke) behoeften van het kind. Voorbeelden: `Ik ben boos op iemand omdat hij/ zij er niet voor me was of mij verliet`, `Ik ben bedrogen of oneerlijk behandeld`.

4. razende kind: Intense kwaadheid die zich uit in kwetsende of beschadigende acties ten opzichte van mensen of voorwerpen. De woedegevoelens kunnen niet meer onder controle worden gehouden. Het vertoonde gedrag is extremer en beschadigender voor zichzelf en de omgeving dan dit van het woedende kind. Voorbeelden: `Ik ben verbaal agressief`, `Ik val mensen fysiek aan als ik boos op hen ben`.

5. impulsieve kind: Handelt op basis van niet-basale verlangens of impulsen op een egoĆÆstische of ongecontroleerde manier om zijn/haar eigen zin te krijgen en heeft vaak moeite korte termijn bevrediging uit te stellen. Voelt zich vaak intens boos, woedend, razend of ongeduldig wanneer niet kan worden voldaan aan deze niet-basale impulsen. Voorbeelden: `Ik volg blindelings mijn emoties`, `Ik doe, en denk daarna pas`.

6. ongedisciplineerde kind: Kan zich niet dwingen routinematige of vervelend taken af te maken, raakt snel gefrustreerd en geeft snel op. Voorbeelden: `Ik dwing mezelf niet om routinematige of vervelende taken af te maken`, `Ik raak makkelijk verveeld en verlies snel interesse in dingen`.

7. blije kind: Voelt zich geliefd, tevreden, verbonden, voldaan, vervuld, beschermd, aanvaard, geprezen, waardevol, gevoed, begeleid, begrepen, gevalideerd, vol zelfvertrouwen, competent, voldoende autonoom of onafhankelijk, veilig, veerkrachtig, sterk, in controle, buigzaam, betrokken, optimistisch en spontaan. Voorbeelden: `Ik voel me geliefd en geaccepteerd`, `Ik voel me veilig`.

8. willoze inschikkelijke: Gedraagt zich op een passieve, dienende, onderdanige, goedkeuring-zoekende, zelfkritische manier in de buurt van anderen als gevolg van angst of conflict of afwijzing. Tolereert misbruik en/of slechte behandeling. Uit geen gezonde behoeften of verlangens naar anderen. Voorbeelden: `In relaties laat ik de andere persoon de overhand hebben`, `Ik sta het toe dat andere mensen mij bekritiseren of kleineren`.

9. onthechte beschermer: Snijdt gevoelens en behoeften af. Onthecht zich emotioneel van anderen en verwerpt hun hulp. Voelt zich teruggetrokken, verdwaasd, afgeleid, afgesneden, gedepersonaliseerd, leeg of verveeld. Voorbeelden: `Ik voel me verveeld`, `Ik voel me onverschillig`.

10. onthechte zelfsusser: Streeft afleiding, zelf-sussende, of zelfstimulerende activiteiten na (bijv. middelenmisbruik, werken, slapen, internetten, chatten, sporten of seksuele activiteiten) op een compulsieve of overmatige manier, om zichzelf af te leiden van vervelende gevoelens of om deze te vermijden. Voorbeelden: `Ik wil mezelf afleiden van gedachten en gevoelens die mij van streek maken`, `Om alles te vergeten, slaap ik erg veel`.

11. zelfverheerlijker: Gedraagt zich op een egocentrische of eigenbelanghebbende manier om zijn/haar zin te krijgen, zonder rekening te houden met de gevoelens van anderen. Vertoont superieur of neerbuigend gedrag naar anderen toe. Kan zich speciaal voelen, of vinden dat hij/zij een betere behandeling verdient dan anderen. Voorbeelden: `Ik doe dingen om in het middelpunt van de belangstelling te staan`, `Ik neem geen genoegen met het één na beste`.

12. overcontroleerder: Constante pogingen controle te krijgen over zichzelf en anderen. Organisatie, structuur en planning staan centraal. Voorbeelden: `Ik doe mijn uiterste best om controle over dingen te krijgen`, `Ik kan mezelf moeilijk laten gaan`.

13. pest- en aanval: Kwetst, beheerst, misleid anderen of gedraagt zich passiefagressief naar anderen om te overcompenseren voor of om om te gaan met misbruik, wantrouwen, deprivatie of tekortkomingen. De motivatie is meestal om aan de eigen behoeften te kunnen voldoen, om te vermijden gecontroleerd of gekwetst te worden door anderen, om emoties te uiten, of om situaties te controleren uit angst. Voorbeelden: `Aanval is de beste verdediging`, `Ik ben 'een rebel' op vele manieren en ga in tegen de gevestigde orde`.

14. straffende ouder: Vindt dat hijzelf/zijzelf straf of schuld verdient, en handelt vaak naar deze gevoelens door beschuldigend, bestraffend of misbruikend te zijn ten opzichte van zichzelf (bijvoorbeeld automutilatie) of anderen. Voorbeelden: `Ik ben een slecht persoon`, `Ik verdien het om gestraft te worden`.

15. veeleisende ouder: Vindt dat de `juiste` manier om te zijn, gekenmerkt wordt door perfectie, zijn doel te bereiken op een erg hoog niveau, te streven naar een hoge status, bescheiden te zijn, andermans behoeften boven die van zichzelf te plaatsen of om efficiënt te zijn en tijdsverspilling te vermijden. Persoon kan het verkeerd vinden gevoelens of gedragingen spontaan te uiten. Voorbeelden: `Ik ben streng voor mezelf`, `Ik probeer geen fouten te maken, anders ga ik mezelf naar beneden halen`.

16. gezonde volwassene: Voedt, valideert en bevestigt de verlaten en misbruikte kind modus en de eenzame kind modus. Stelt limieten voor de woedende en impulsieve kindermodi. Promoot en ondersteunt de blije kind modus. Verslaat en verplaatst eventueel de maladaptieve coping modi (zoals overcontroleerder en pest- en aanval modus). Neutraliseert of modereert de maladaptieve ouder modi (straffende ouder en veeleisende ouder). Deze modus vervult ook geschikte volwassen functies zoals werk, ouderschap, het nemen van verantwoordelijkheid, en het aangaan van verbintenissen. Voorbeelden: `Ik ben in staat om voor mezelf te zorgen`, `Ik kom op voor wat ik wil, zonder daarin te overdrijven`.

Bronnen

- Leven in je leven van Young en Klosko, zelfhulpboek voor valkuilen
- Schemagerichte therapie, een handboek voor therapeuten van Young
Website, met toestemming geciteerd: www.ccgt.nl